Hygiene, Reiniging en Desinfectie

Event Reiniging, Desinfectie en Hygiëne

“Microbiologie en Productveiligheid”


Symposiumverslag door Jacques Stark (voorzitter Stichting Food Micro)

Op 31 maart 2016 organiseerde de Stichting Food Micro het Event Reiniging, Desinfectie en Hygiëne. Op de kennismarkt “Meet the Expert” hadden de deelnemers de gelegenheid om medewerkers van kennisinstellingen en vakspecialisten uit het veld te spreken. RIKILT, EHEDG, NIZO, de Katholieke Universiteit Leuven, CBS, EcoLab, Groen Agro Control, IWC-International, Sealed Air, ProMinent, CID Lines en BCCM waren met een stand aanwezig om vragen te beantwoorden. Daarnaast werden op het symposiumgedeelte diverse aspecten op het gebied van reiniging, desinfectie en hygiëne besproken.

Het Event was bijna twee maanden van te voren al volgeboekt. Diverse standhouders vertelden dat er veel interactie was en dat de vele praktijkvragen ook voor hen interessant waren. Bijna 95% van de bezoekers gaf aan dat het symposium redelijk tot volledig aan de verwachtingen voldeed. Bij de samenstelling van het programma is bewust gekozen om het onderwerp van verschillende kanten te belichten. Uit de enquête bleek dat sommigen deelnemers juist meer praktijkvoorbeelden hadden verwacht. Wij nemen dit als aandachtspunt mee bij de organisatie van een volgend Event meenemen.

Huub Lelieveld, oprichter van EHEDG en ex-Unilever, opende het symposium met een lezing waarin diverse praktijkvoorbeelden werden behandeld. EHEDG heeft inmiddels 1260 leden en is wereldwijd de organisatie die tot doel heeft om de productie van veilige levensmiddelen te stimuleren door verbetering van apparatuur en het juiste gebruik daarvan. Gewezen werd op diverse boeken waaronder het EHEDG Guidelines boek waarin de principes van hygiënisch design beschreven zijn. Lelieveld stond stil bij apparatuur die er aan de buitenkant prachtig uit kan zien maar binnenin toch mankementen kan bevatten welke pas zichtbaar worden wanneer de apparatuur uit elkaar wordt gehaald. Als voorbeelden werden genoemd: dode ruimten, spleten en teflon afsluitringen die bij verhitting krimpen en na afkoeling niet goed meer sluiten. Ook wees Lelieveld op de rol van de inspectiediensten; hij noemde dat bijvoorbeeld in de USA en Canada de inspecteurs veel vaker in de fabriek komen en meer verstand van zaken hebben. Het kennisniveau op het gebied van hygiënisch design noemt Lelieveld in zijn algemeenheid een punt van zorg: steeds minder mensen zijn goed opgeleid waardoor fouten niet worden opgemerkt. Ten slotte noemde Lelieveld het openbaar maken van incidenten van groot belang; dat moet verplicht worden omdat het belangrijke leerpunten zijn.

Frank van Nimwegen van Sealed Air besprak efficiënte manieren van reiniging en desinfectie. Daarbij zijn duurzaamheid en tijd belangrijke aspecten. Het streven is een maximale besparing van tijd en kosten zonder op het resultaat in te boeken. Daarbij is de beste manier nog altijd “zorgen dat het niet vuil wordt”. Voor het behalen van een goed hygiëne resultaat werden grofvuilverwijdering, voorspoelen, reinigen en naspoelen genoemd als belangrijke punten: dat geeft 95% van het resultaat. Desinfectie en naspoelen zijn slechts effectief als de reiniging goed is gedaan. Tijdens de lezing werden diverse technieken behandeld zoals schuimreiniging, gelreiniging en CIP er werd uitgebreid stilgestaan bij het reinigen van membranen.

Frank Moerman van de KU Leuven behandelde klassieke droge reinigingsmethodes zoals borstelen, schrapen, schoonwissen met gedeeltelijk bevochtigde doeken, vacuüm-reinigen en reinigen met perslucht. Aan deze technieken wordt vaak de voorkeur gegeven bij de productie van droge voedingsmiddelen waar je geen vocht wilt introduceren. Duidelijk werd dat er vele droge reinigingstechnieken zijn en dat de kennis daarover niet algemeen bekend is.

Arjan van Asselt (NIZO) stelde de vraag “to cean or not to clean?” . Kennis van de productieapparatuur en de producten die gemaakt worden zijn van belang om te begrijpen welke problemen zich kunnen voordoen en welke microorganismen zich kunnen ontwikkelen. Zo is aanhechting van vuil een belangrijke factor. Besproken werden technieken om vuillagen bros te maken zodat ze makkelijker kunnen worden weggespoeld. Daarna ging Van Asselt in op het optimaliseren van een reinigingsprogramma door het uitvoeren van een analyse; gesteld werd dat dit zinvol is en zich meestal binnen een paar maanden terugbetaald.

Edwine van Ammers van EcoLab besprak de wijzigingen welke op het gebied van biociden door de EU worden ingevoerd. Zo streeft de EU naar een harmonisering waardoor middelen die in individuele lidstaten zijn toegelaten straks niet meer mogen worden gebruikt; tenzij er een nieuwe EU toelating wordt verkregen. Opmerkelijk is dat met een hernieuwde toelating veel kosten (genoemd werd 250 K€ per product) en tijd (3-5 jaar) zijn gemoeid. Er ontstond een discussie of dit nu daadwerkelijk tot een verbetering leidt. Dit beleid zal immers leiden tot een reductie van het aantal middelen waarbij vooral kleinere producenten het onderspit dreigen te delven omdat zij de kosten voor een nieuwe EU toelating niet kunnen dragen. Een aandachtspunt is een eventueel gat dat valt tussen het verbieden van de huidige middelen en de (hernieuwde) toelating van middelen.

Robin Temmerman van Chrisal besprak een innovatief biologisch reinigingsconcept: probiotica. Hij presenteerde resultaten van onderzoek waaruit bleek dat met probiotische cultures als duurzaam concept veelbelovende resultaten werden behaald; soms zelfs beter en met een langere nawerking dan met chemische reiniging. Het principe berust op het gebruik van een cocktail van Bacillus soorten die tezamen het gewenste effect geven. De cultures bevatten minimaal 50 miljoen cellen per ml en zijn 24 maanden stabiel. Als toepassingen werden genoemd: oppervlakte reiniging, textiel & wasserij, persoonlijke verzorging en water.

Jan Dijksterhuis van het CBS besprak de gevoeligheid van schimmelsporen voor desinfectantia. Hij ging daarbij met name in op de problematiek van de hitteresistente sporen van schimmels als Talaromyces macrosporus en Paecilomyces variotii (syn. Byssochlamys spectabilis). In een onderzoek zijn diverse middelen onderzocht om deze schimmels te bestrijden. Ook werd een methode gebaseerd op TiO2 besproken dat op oppervlakten aangebracht kan worden en schimmelgroei voorkomt.

In de afsluitende lezing van Masja Nierop Groot van Wageningen Universiteit werd de problematiek van biofilms besproken. Er zijn methoden ontwikkeld om de karakteristieken van biofilms te meten. Daarbij gaat de aandacht uit naar een effectieve bestrijding van met name pathogenen zoals Listeria monocytogenes

 



Programma


09.00 – 09.30 uur:  Ontvangst en registratie


09.30 – 09:40 uur: Jacques Stark; voorzitter Stichting Food Micro
Opening door de dagvoorzitter.


09:40 – 10:20 uur: Huub Lelieveld; Oprichter EHEDG; President van de Global Harmonization Initiative en voormalig President van de European Federation of Food Science and Technology
Lezing: Hygiënisch ontwerp van apparatuur voor de verwerking van levensmiddelen.

Verkeerd ontworpen apparatuur voor de verwerking van voedingsmiddelen kan de oorzaak zijn van microbiële en chemische problemen en zo de veiligheid van producten ondermijnen. Daarom is het van wezenlijk belang dat alle apparatuur die in contact komt met voedingsmiddelen hygiënisch is, met andere woorden: goed schoon te maken en daardoor ook te desinfecteren. In deze lezing worden de beginselen van het hygiënisch ontwerpen van zulke apparatuur en de mogelijke valkuilen besproken.

 

10.20 – 11.00 uur: Frank van Nimwegen; Sealed Air, Utrecht (NL)
Lezing: Hygiëne, Reiniging en Desinfectie in de levensmiddelenindustrie.

In de loop van de jaren is er veel veranderd in de kennis en toepassing van reinigingen en hygiëne processen. Daar waar het voorheen alleen ging om goede hygiëne cijfers te krijgen kijken we steeds meer naar efficiënte en duurzame procesvoeringen. Aan de hand van een aantal praktische toepassingen zullen we laten zien hoe de focus is veranderd en welk effect het heeft gehad op de toe te passen middelen en methodieken.

 

11.00 – 11.30 uur: Koffiepauze

 

11.30 – 12.00 uur: Frank Moerman; Katholieke Universiteit Leuven & EHEDG (B)
Lezing: Alternatieve droge reinigingstechnieken voor de levensmiddelenindustrie.

Waar droge voedingsmiddelen worden geproduceerd, dient de voorkeur gegeven te worden aan droge reinigingsmethodieken. De klassieke droge reinigingsmethodes zoals borstelen, schrapen, schoonwissen met gedeeltelijk bevochtigde doeken, vacuüm-reinigen en reinigen met perslucht hebben allen hun voor- en nadelen. In deze presentatie worden een aantal alternatieve droge reinigingstechnieken voorgesteld zoals: (i) reinigen met droogijs, (ii) reinigen met plastic pellets, (iii) reinigen met droge branche-verwante voedingsproducten van diverse aard, (iv) droog-piggen van leidingen en (v) reinigen van zeven met rubberballen en plastic ringen. Ze zullen gewikt en gewogen worden op hun efficiëntie en de hygiëne-risico’s die ze met zich mee kunnen brengen.

  

12.00 – 12.30 uur: Arjan van Asselt; NIZO, Ede (NL)
Lezing: Reiniging in de levensmiddelenindustrie, to clean or not to clean?

In het geval van vervuiling wordt in de levensmiddelenindustrie al snel naar een reinigingsoplossing gekeken. Maar het is veel beter om al bij het ontwerp van een productieproces te inventariseren hoe en waar vervuiling ontstaat en welke maatregelen nodig zijn om problemen te voorkomen. Uiteindelijk levert dit diverse voordelen op: kostenbesparing voor reiniging als de fabriek operationeel is, minder problemen en langere productietijden.


12.30 – 14.30 uur: Lunch en kennismarkt

Lunch en interactieve kennismarkt met gelegenheid tot het stellen van vragen aan de experts. Deelnemers zijn o.a.: RIKILT, CBS, NIZO, KU Leuven, EHEDG en diverse bedrijven uit het reiniging, desinfectie en hygiëne segment, waaronder Groen AgroControl, Sealedair, CID Lines, EcoLab en Prominent.


14.30 – 15.00 uur: Edwine van Ammers; Ecolab, Nieuwegein (NL)
Lezing: Europese biocidewetgeving; een vooruitblik binnen de voedingsmiddelenindustrie over de (on)mogelijkheden.

Er is eindelijk gestart met een harmonisatie van de biocidetoelatingen in de Europese landen. Nederland geldt als een voorbeeld. Toch heeft deze harmonisatie veel gevolgen voor producenten en leveranciers van desinfectiemiddelen en zeker ook voor de eindgebruikers in de voedingsmiddelenindustrie. Ecolab neemt u mee in dit proces; Wat zijn de grote lijnen? Met welke wijzigingen moet u rekening houden, en wanneer kunt u deze verwachten?


15.00 – 15.30 uur: Robin Temmerman; Chrisal, Lommel (B)
Lezing: Probiotische producten voor reiniging.

In de zoektocht naar duurzame reinigingsmiddelen ontwikkelde Chrisal 10 jaar geleden probiotische producten. Met behulp van goede bacteriën wordt een diepgaande verwijdering van organisch vuil gerealiseerd; ook vindt er een actieve geurbestrijding plaats. De introductie van een gezonde microflora op oppervlakken verlaagt tevens het risico op ziektekiemen. Deze revolutionaire technologie kent de laatste jaren een sterke opmars met een groeiend aantal producenten. Deze lezing geeft een overzicht van wetgeving, onderzoek en kwaliteitsvereisten voor probiotische reinigers.
 


15.30 – 15.50 uur: Jan Dijksterhuis; Centraalbureau voor Schimmelcultures (CBS-KNAW), Utrecht (NL)
Lezing: Gevoeligheid van schimmels voor desinfectantia en andere schimmelgroei remmende stoffen.

Sommige schimmelsoorten maken extreem resistente structuren, genaamd ascosporen. Deze worden op het CBS als modelsysteem gebruikt om de effectiviteit van desinfectantia te testen. Als deze sporen het middel niet overleven, wat overleeft dan nog wel?!


15.50 – 16.10 uur: Masja Nierop Groot; Wageningen UR Food and Biobased Research, Wageningen (NL)
Lezing: Samen sterk in een biofilm.

Veel micro-organismen kunnen zich hechten aan oppervlakken en vervolgens biofilms vormen. In een biofilm zijn micro-organsimen vaak resistenter tegen antimicrobiële behandelingen en moeilijk te verwijderen. Dit kan leiden tot vroegtijdig bederf, productverlies of voedselveiligheidsrisico’s. Binnen het TIFN Biofilms project is onderzoek verricht aan biofilms representatief voor diverse levensmiddelen procesomgevingen en factoren die daarop van invloed zijn. In deze lezing zal een overzicht gegeven worden.

 

16.10 – 17.00 uur: Borrel en vervolg interactieve kennismarkt “Meet the Expert”.

 

Friday the 26th.