-->

Virussen in Voeding

Symposium virussen in voeding

 
Symposiumverslag door Jacques Stark (voorzitter Stichting Food Micro)

Inleiding
Op 2 november 2017 organiseerde de Stichting Food Micro in De Bilt het themasymposium “Virussen in voeding”. In diverse lezingen werden de voedsel gerelateerde virussen behandeld. Daarbij werden contaminatiebronnen en levensmiddelen met een verhoogd risico besproken. Ook werd ingegaan op de detectiemethoden en werd besproken hoe virusinfecties via voedsel te voorkomen zijn.

 

De wereld van de virologie met een focus op de bedreigingen voor voedselveiligheid
Marion Koopmans; Erasmus MC, Rotterdam

De Stichting Food Micro was verheugd dat Professor Marion Koopmans van het Erasmus MC het symposium opende met een lezing  waarin het onderwerp “virussen in voeding” op voortreffelijke wijze werd geïntroduceerd.
Virussen komen overal in enorme aantallen voor. Zo bevat 1 ml zeewater 107 virussen. Virussen zijn in staat om zich zeer snel aan te passen. Deze enorme dynamiek in het aanpassingsvermogen zorgt voor snel veranderende populaties wanneer de omstandigheden anders worden.
Prof. Koopmans gaf aan dat diverse factoren van invloed zijn op de toenemende verspreiding van virussen. Globalisering wat betreft toerisme, migratie, reizen en voedselgewoontes, maar ook klimaatverandering en veranderende populaties zorgen voor veranderingen in de viruspopulatie.  De toenemende vergrijzing leidt tot meer kwetsbare groepen die op zich weer een reservoir kunnen zijn voor veranderde virussen. Een varkens gerelateerd virus als Hepatitis E kwam nauwelijks nog voor in Europa en was vroeger vooral een kinderziekte. Nu is dit virus vaak reis / voedsel gerelateerd en geeft het infecties van volwassenen die in hun jeugd niet aan het virus zijn blootgesteld en dus geen weerstand hebben opgebouwd.
Prof. Koopmans benadrukte dat virussen de meest voorkomende oorzaak van voedselinfecties zijn waarbij het Norovirus en Hepatitis A het belangrijkst zijn. Verder werd aangegeven dat nieuwe detectietechnologie waaronder big data het mogelijk maakt om virussen beter, sneller en in kleinere hoeveelheden te detecteren.

 

Detectie, bronnen en decontaminatie van virussen in voedsel
Willemijn Lodder; RIVM, Bilthoven

In deze lezing werden de belangrijkste voedselbronnen die virusinfecties veroorzaken besproken.  Voor Norovirussen en Hepatitis A zijn tweekleppige schaaldieren zoals oesters en mosselen van belang. De virussen komen via het rioolwater in zee en zo in de schelpdieren terecht. Groente en fruit kunnen worden gecontamineerd via vervuild irrigatiewater of vervuild water bij de voedselverwerking. Als belangrijkste bronnen van besmetting werden mensen, besmette voedselverwerkers, besmet water en verontreinigde mest genoemd. Er werd verder uitgebreid ingegaan op de diverse transmissieroutes. Een opmerkelijk aandachtspunt dat werd benadrukt is het gebruik van pesticiden op gewassen waarbij mogelijk vervuild oppervlaktewater wordt gebruikt; dit is in Nederland niet gereguleerd. Verder werd opgemerkt dat de Nederlandse rioolwaterzuivering niet is ingericht op verwijdering van virussen en dat hier dus een belangrijk verbeterpunt ligt. Tijdens deze lezing werden ook enkele uitbraken behandeld. Daarbij kwamen met Hepatitis A besmette partijen bevroren bessen, bes-producten, verse aardbeien en worsten besmet met Hepatitis E aan de orde.

 

Onderzoek naar voedseloverdraagbare virussen op de Nederlandse markt
Ingeborg Boxman; NVWA, Wageningen
 
Tijdens deze lezing werden de onderzoeksmethoden behandeld die de NVWA inzet voor het monitoren van levensmiddelen en grondstoffen op virussen. Diverse technieken die de NVWA toepast werden besproken; o.a. voor de controle van zacht fruit, schelpdieren, slaproducten en varkensvlees of afgeleiden daarvan. Voor iedere specifieke toepassing wordt de technologie geselecteerd waarmee de virussen uit die matrix het best te isoleren zijn.  De NVWA heeft de focus gericht op risicoproducten. Het risico wordt vastgesteld door te kijken naar de contaminatie per product en de bereidingswijze. Zo werd t.a.v. schelpdieren genoemd dat naast de in dit verband  bekende oesters ook mosselen een mogelijk risico vormen. Dit omdat mosselen niet altijd voldoende worden verhit.

 

Virussen in vee – hoe testen we dat en wat doen we ermee?
Mirjam van der Sluijs; Gezondheidsdienst voor Dieren, Deventer

De GD te Deventer monitort in haar laboratorium al jarenlang  virussen in relatie tot diergezondheid. Het was interessant om te zien hoe in een aanpalende sector routinematige controleprogramma’s op virussen lopen. De operationele werkwijze werd toegelicht. Daarbij werd aangestipt dat data-analyse naar trends een belangrijke activiteit is. Benadrukt werd dat het aantonen van een virus niet altijd eenvoudig is en dat voedselveiligheid een gezamenlijke inspanning van verschillende sectoren in de keten van levensmiddelen is.

 

Risico’s van Hepatitis E virus in vleesproducten
Lourens Heres; Sonac, Son

Tijdens  deze lezing werd ingezoomd op de problematiek van het Hepatitis E virus in relatie tot bloedproducten in vleeswaren, vlees en lever. De focus lag op een vergelijkend onderzoek naar de bijdrage van bloedproducten aan de totale Hepatitis E blootstelling. Daarbij werd ingegaan op diverse risicoproducten zoals lever, vers vlees, gekookte vleeswaren, gefermenteerde vleeswaren, bloedworst en leverworst. Verse lever heeft de meeste kans op besmetting met het virus maar omdat lever vrijwel altijd voldoende wordt verhit is het risico veroorzaakt door lever niet zo groot (tenzij de consument de lever onvoldoende verhit). Tot verrassing van velen blijken gefermenteerde worsten het grootste risico te vormen aan de bijdrage van Hepatitis E blootstelling. Dat komt omdat gefermenteerde worst resten van het middenrif kunnen bevatten waar weer resten van de lever in aanwezig kunnen zijn. Omdat gefermenteerde worsten niet worden verhit vormt dit een risico. Het risico als gevolg van bloed, bloedproducten, leverworst en vers vlees bleken veel lager te zijn.

 

Wat kan de consument doen om een virusinfectie te voorkomen?
Wieke van der Vossen; Voedingscentrum, Den Haag

Het Voedingscentrum informeert de consument over de veilige bereiding van levensmiddelen. Daarbij wordt ook voorlichting gegeven over risico’s veroorzaakt door virussen. Op de website van het Voedingscentrum zijn diverse informatiekaarten te vinden, zo ook over virussen.
De belangrijkste adviezen richting consument zijn: (1) eet geen rauwe schaal- en schelpdieren; (2) was groente en fruit grondig; (3) was je handen goed na toiletgebruik; (4) wees extra waakzaam wanneer iemand besmet is. Richting producenten van voedsel werd benadrukt dat virussen onderdeel moeten zijn van het HACCP plan en sinds 2016 verplicht moeten worden meegenomen in de Hygiënecode. Zo is het Norovirus meegenomen in de herziening van de Hygiënecode Horeca.
T.a.v. Hepatitis E werd benadrukt voorzichtig te zijn met vlees van varkens maar ook van wilde dieren zoals wilde zwijnen en herten. Ook contact met deze dieren kan het beste worden gemeden.

 

Next-generation sequencing voor detectie en karakterisatie van visussen: heden en toekomst
Aldaberto Costessi; BaseClear, Leiden

Next-generation sequencing voor de detectie en karakterisering van virussen wordt steeds verder ontwikkeld. Tijdens deze lezing werden de laatste ontwikkelingen op dit gebied besproken.  Er komen ook devices op de markt die in het veld kunnen worden gebruikt en die binnen twee uur een uitslag geven. 


Programma

 

09.00 - 09.30 uur:  Ontvangst en registratie


09.30 - 09.40 uur:  Jacques Stark; voorzitter Stichting Food Micro

Opening door de dagvoorzitter

 

09.40 - 10.20 uur:  Marion Koopmans; Erasmus MC, Rotterdam (NL)

Openingslezing: De wereld van de virologie, met een focus op bedreigingen voor voedselveiligheid.

Virussen zijn een van de meest voorkomende oorzaken van ziekte bij mens en dier. Virale luchtweginfecties, diarree en braken zijn wereldwijd nog steeds belangrijke oorzaken van ziekte en sterfte. Daarnaast worden we in toenemende mate geconfronteerd met infecties die uit de dierenwereld opduiken en tot ziekte uitbraken leiden. Verspreiding via voedsel en water treedt op als besmetting plaatsvindt aan de bron of bij bereiding van voedsel dat daarna niet wordt verhit. Schaalvergroting van voedselproductie en globalisering van de voedselmarkt vergroten de kans op grotere uitbraken of blootstelling aan virussen die in Nederland niet voorkomen. Deze inleiding dient als introductie van het onderwerp van dit symposium.

 

10.20 - 11.00 uur:  Willemijn Lodder; RIVM, Bilthoven (NL)

Keynote lezing: Detectie, bronnen en decontaminatie van virussen in voedsel.

Voedseloverdraagbare virusinfecties worden veroorzaakt door consumptie van voedsel dat fecaal verontreinigd of onvoldoende behandeld is. Bronnen van fecale verontreiniging zijn divers: direct door humane of animale fecaliën of indirect via bijvoorbeeld voedselbewerkers of irrigatiewater. In deze lezing worden de complexiteit van virusdetectie in voedsel, de link naar contaminatiebronnen en de effectiviteit van procedures om potentiële contaminatie te reduceren verder toegelicht.

 

11.00 - 11.30 uur: Koffiepauze

 

11.30 - 12.00 uur: Dan Li; Gent Universiteit, Gent (B)

Lezing: Virus binding eigenschappen en virus persistentie in levensmiddelen.

Hechting aan een specifieke receptor is meestal de eerste stap in het proces van een virusinfectie. Aan de andere kant binden foodborne virussen juist aspecifiek aan een brede range aan componenten die in een levensmiddel aanwezig zijn. Tijdens deze lezing krijgt u inzicht in deze bindingseigenschappen van foodborne virussen en wordt ingegaan op de daarmee samenhangende persistentie van virussen in levensmiddelen.

 

12.00 - 12.30 uur: Ingeborg Boxman; NVWA (Laboratorium voor Voeder- en Voedselveiligheid), Wageningen (NL)

Lezing: Onderzoek naar voedsel-overdraagbare virussen op de Nederlandse markt.

De NVWA heeft t.b.v. de  voedselveiligheid in Nederland proactief en reactief onderzoek uitgevoerd naar relevante voedselvirussen zoals het norovirus en de hepatitis A en E virussen in voedsel- en omgevingsmonsters. Tijdens deze presentatie worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd. Daarbij wordt ook ingegaan op ontwikkelingen en trends.

 

12.30 - 13.30 uur:  Lunch

 

13.30 - 14.00 uur: Mirjam van der Sluijs; Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), Deventer (NL)

Lezing: Virussen in vee – hoe testen we dat en wat doen we ermee?

Virussen spelen bij landbouwhuisdieren -net als bij mensen- een belangrijke rol als ziekteverwekkers. Een groot verschil tussen dieren en mensen is dat er voor dieren bepaalde virusziekten zijn waarvan we willen weten of ze in onze veestapel aanwezig zijn. Daarom worden onze landbouwhuisdieren gecontroleerd op de aanwezigheid van verschillende virusziekten.  In de lezing komen de verschillende soorten virale diagnostiek aan bod en de manier waarop ze in de veterinaire praktijk worden toegepast. 

 

14.00 - 14.30 uur: Lourens Heres; Sonac, Son (NL)

Lezing: Risico’s van Hepatitis E virus in vlees(producten).

Er lijkt een toename te zijn van humane Hepatitis E gevallen. Dit roept de vraag op wat de bijdrage van vlees en vleeswaren met ingrediënten van varkensherkomst is. Enkele resultaten van een kwantitatieve risicobeoordeling worden gepresenteerd. De resultaten geven inzicht in de relatieve risico’s van verschillende vleesproductsoorten en hoe deze risico’s in de praktijk kunnen worden beheerst.

 

14.30 - 15.00:  Theepauze

 

15.00 - 15.30 uur: Wieke van der Vossen; Voedingscentrum, Den Haag (NL)

Lezing: Wat kan de consument doen om een virusinfectie te voorkomen?

Naast algemene begrippen over de sterilisatie van conserven, Het Voedingscentrum geeft voorlichting aan consumenten om voedselinfecties te voorkomen. Maar zijn deze adviezen universeel en ook geldig voor virussen? Zijn er specifieke groepen waarbij de voorlichting anders moet zijn? Tijdens deze lezing zal ingegaan worden op de voorlichting richting de consument over virussen maar ook over de dilemma's wanneer een advies specifiek moet worden.

 

15.30 - 16.00 uur: Adalberto Costessi; Baseclear, Leiden (NL)

 

Lezing: Next-generation sequencing voor detectie en karakterisatie van virussen: heden en toekomst.

Next-generation sequencing (NGS) heeft de laatste jaren een significante bijdrage geleverd aan de analyse en karakterisering van virussen. BaseClear heeft generieke protocollen ontwikkeld om complete genomen van zowel DNA als RNA virussen te analyseren zonder voorafgaande kennis over de aanwezige virussen. In een vergelijkingsexperiment bleek de NGS methode zelfs gevoeliger dan een gevalideerde qPCR assay. In deze lezing wordt een aantal voorbeelden van projecten gepresenteerd. Verder wordt de veelbelovende technologie van Nanopore sequencing met real-time analyses en lange sequenties besproken.

 

 

16.00 – 17.00 uur: Afsluitende borrel

 

Locatie

Het symposium wordt gehouden in Hotel De Biltsche Hoek, De Holle Bilt 1, 3732 HM, De Bilt.

 

Tuesday the 22nd.