Tabletten met Aspergillus uitgelegd op DG18
Cephalotrichum op malt extract agar
Luchtmonster genomen in woning op DG18
Tatoeage vloeistof uitgeplaat op malt extract agar
“microbiologie en productveiligheid”

 

Symposiumverslag door Jacques Stark (voorzitter Stichting Food Micro)

 

Op 31 maart 2016 organiseerde de Stichting Food Micro het event "Reiniging, Desinfectie en Hygiëne". Op de kennismarkt “Meet the Expert” kregen deelnemers de gelegenheid om medewerkers van kennisinstellingen en vakspecialisten uit het veld te spreken. RIKILT, EHEDG, NIZO, de Katholieke Universiteit Leuven, CBS, EcoLab, Groen Agro Control, IWC-International, Sealed Air, ProMinent, CID Lines en BCCM waren met een stand aanwezig om vragen te beantwoorden. Daarnaast werden in het symposiumgedeelte diverse aspecten op het gebied van reiniging, desinfectie en hygiëne besproken.

Het event was bijna twee maanden van tevoren al volgeboekt, maar het daadwerkelijke succes kan beter worden afgemeten aan de uitkomst van de enquête en de bevindingen van de standhouders: 68% van de bezoekers was volledig of redelijk tot volledig tevreden, 25% was redelijk tevreden; slechts één bezoeker was ontevreden. Diverse standhouders gaven aan dat er veel interactie was en dat de vele praktijkvragen ook voor hen interessant waren.

Bij de samenstelling van het programma is bewust gekozen om het onderwerp van verschillende kanten te belichten. Uit de enquête bleek dat sommigen dit waardeerden, terwijl anderen juist meer praktijkgerichte onderwerpen hadden verwacht. Wij herkennen dit en nemen het als aandachtspunt mee bij de organisatie van een volgend event.

Huub Lelieveld, oprichter van EHEDG en voormalig Unilever-medewerker, opende het symposium met een lezing waarin diverse praktijkvoorbeelden werden behandeld. EHEDG heeft inmiddels 1.260 leden en is wereldwijd de organisatie die tot doel heeft de productie van veilige levensmiddelen te stimuleren door verbetering van apparatuur en het juiste gebruik daarvan. Er werd gewezen op diverse boeken, waaronder het EHEDG Guidelines-boek, waarin de principes van hygiënisch ontwerp beschreven zijn. Lelieveld stond stil bij apparatuur die er aan de buitenkant prachtig uit kan zien, maar binnenin toch mankementen kan bevatten die pas zichtbaar worden wanneer de apparatuur uit elkaar wordt gehaald. Als voorbeelden noemde hij dode ruimten, spleten en teflon-afsluitringen die bij verhitting krimpen en na afkoeling niet goed meer sluiten. Ook wees Lelieveld op de rol van inspectiediensten; hij merkte op dat inspecteurs in de VS en Canada bijvoorbeeld veel vaker in de fabriek komen en meer verstand van zaken hebben. Het kennisniveau op het gebied van hygiënisch ontwerp noemt Lelieveld in het algemeen een punt van zorg: steeds minder mensen zijn goed opgeleid, waardoor fouten niet worden opgemerkt. Ten slotte benadrukte Lelieveld het belang van het openbaar maken van incidenten; hij pleitte ervoor dit verplicht te stellen, omdat het belangrijke leerpunten oplevert.

Frank van Nimwegen van Sealed Air besprak efficiënte manieren van reiniging en desinfectie. Daarbij zijn duurzaamheid en tijd belangrijke aspecten. Het streven is een maximale besparing van tijd en kosten zonder in te boeten op het resultaat. Daarbij is de beste aanpak nog altijd: "zorgen dat het niet vuil wordt". Voor het behalen van een goed hygiëneresultaat werden grofvuilverwijdering, voorspoelen, reinigen en naspoelen genoemd als cruciale stappen: samen bepalen deze 95% van het eindresultaat. Desinfectie en naspoelen zijn slechts effectief als de reiniging goed is uitgevoerd. Tijdens de lezing werden diverse technieken behandeld, zoals schuimreiniging, gelreiniging en CIP. Er werd uitgebreid stilgestaan bij het reinigen van membranen.

Frank Moerman van de KU Leuven behandelde klassieke droge reinigingsmethoden zoals borstelen, schrapen, schoonwissen met gedeeltelijk bevochtigde doeken, stofzuigen en reinigen met perslucht. Deze technieken hebben vaak de voorkeur bij de productie van droge voedingsmiddelen, waar men vocht wil vermijden. Duidelijk werd dat er vele droge reinigingstechnieken bestaan en dat de kennis hierover niet algemeen bekend is.

Arjan van Asselt (NIZO) stelde de vraag "To clean or not to clean?" Kennis van de productieapparatuur en de producten die worden vervaardigd, is van belang om te begrijpen welke problemen zich kunnen voordoen en welke micro-organismen zich kunnen ontwikkelen. Zo is aanhechting van vuil een belangrijke factor. Er werden technieken besproken om vuillagen bros te maken, zodat ze gemakkelijker kunnen worden weggespoeld. Vervolgens ging Van Asselt in op het optimaliseren van een reinigingsprogramma door middel van analyse. Hij stelde dat dit zinvol is en zich meestal binnen enkele maanden terugbetaalt.

Edwine van Ammers van EcoLab besprak de wijzigingen die de EU invoert op het gebied van biociden. Zo streeft de EU naar harmonisering, waardoor middelen die in individuele lidstaten zijn toegelaten, straks niet meer mogen worden gebruikt tenzij er een nieuwe EU-toelating wordt verkregen. Opmerkelijk is dat een hernieuwde toelating gepaard gaat met aanzienlijke kosten (genoemd werd €250.000 per product) en een lange doorlooptijd (3-5 jaar). Er ontstond een discussie over de vraag of dit beleid daadwerkelijk tot verbetering leidt. Het zal immers het aantal toegestane middelen reduceren, waarbij vooral kleinere producenten in het nadeel zijn omdat zij de kosten voor een nieuwe EU-toelating niet kunnen dragen. Een aandachtspunt is het risico van een gat tussen het verbieden van bestaande middelen en de (hernieuwde) toelating van nieuwe middelen.

Robin Temmerman van Chrisal besprak een innovatief biologisch reinigingsconcept: probiotica. Hij presenteerde onderzoeksresultaten waaruit bleek dat probiotische culturen als duurzaam concept veelbelovende resultaten opleveren—soms zelfs beter en met een langere nawerking dan chemische reiniging. Het principe berust op het gebruik van een cocktail van Bacillus-soorten die samen het gewenste effect geven. De culturen bevatten minimaal 50 miljoen cellen per ml en zijn 24 maanden stabiel. Toepassingen omvatten oppervlakte-reiniging, textiel en wasserij, persoonlijke verzorging en waterbehandeling.

Jan Dijksterhuis van het CBS besprak de gevoeligheid van schimmelsporen voor desinfectantia. Hij ging met name in op de problematiek van hitteresistente sporen van schimmels zoals Talaromyces macrosporus en Byssochlamys spectabilis. In een onderzoek zijn diverse middelen getest om deze schimmels te bestrijden. Ook werd een methode besproken op basis van TiO₂, dat op oppervlakken kan worden aangebracht en schimmelgroei voorkomt.

In de afsluitende lezing besprak Masja Nierop Groot van Wageningen Universiteit de problematiek van biofilms. Er zijn methoden ontwikkeld om de karakteristieken van biofilms te meten, met speciale aandacht voor effectieve bestrijding van pathogenen zoals Listeria monocytogenes.